Vanaf 1825, dus vier jaar na de oprichting, kent Wilhelminaoord een Raad van Toezicht. Of ‘Raad van Toezigt’. Daarin zitten enkele ambtenaren van de Maatschappij van Weldadigheid plus een of meer ‘gemeensmannen’, door de kolonisten uit hun midden gekozen vertegenwoordigers, en vanaf een bepaald moment ook altijd twee wijkmeesters. De Raad komt bijeen als er ergens ruzie is of als iemand ergens van beschuldigd wordt, ondervraagt de betrokkenen en schrijft daarvan een proces-verbaal. De Raad van Toezicht deelt geen straffen uit, ze bepaalt alleen welke inwoners van Wilhelminaoord moeten verschijnen voor de ‘Raad van Policie en Tucht in de gewone koloniën’ en die spreekt wél vonnissen uit.

DFW-002De Raad van Toezicht moet ook de zedelijkheid in Wilhelminaoord bewaken. Dat betekent vooral dat kolonistendochters die ‘onzedelijk zoude hebben omgegaan’ met een kolonistenzoon moeten verschijnen voor de Raad als de gevolgen ervan zichtbaar worden. Bijvoorbeeld in haar zitting van ‘Dingsdag den 5 Mei 1838’. Dan moet voorkomen de 30-jarige Catharina Puper en die zou je wat dit betreft gerust een recidiviste kunnen noemen. Dit is de vierde keer dat zij ongehuwd zwanger is. Ze beweert voor de raad van toezicht ‘dat zulks geheel bezijde de waarheid is’.

Maar de onderdirecteur van Wilhelminaoord is ook aanwezig en tegen hem had ze ‘een paar uur te voren’ gezegd dat ‘zij maar twee maanden heen was’.

Als vader van het nog ongeboren kind wordt, net als bij twee van haar voorgaande zwangerschappen, de 21-jarige kolonistenzoon Isaac Beun genoemd. Maar hij is voorafgaand aan de behandeling van de zaak van de kolonie weggevlucht. Dat is niet onverstandig, de standaardstraf voor ongehuwde zwangerschap is opsluiting voor onbepaalde tijd in de strafkolonie op de Ommerschans voor zowel de zwangere als de verwekker.

Overigens zal Isaac twee maanden later terugkeren in Wilhelminaoord en dan komt hij alsnog voor de Raad. ‘Verder ondervraagd zijnde of hij bekende gemeenschap te hebben gehad met Catharina Francina Puper, derwelke vroeger verklaard heeft zwanger van hem te zijn, heeft geantwoord dat zulks de waarheid is, en de reden van zijn terugkomst in de kolonien zijn, dat hij haar wilde eeren en trouwen’. Uiteindelijk gebeurt dat ook, Isaac en Catharina vestigen zich in Noordwolde, trouwen en stichten een gezin met ook wettige kinderen.

Bij het stel dat in juni 1838 voor de Raad verschijnt, is het net andersom als bij de vorige: de zwangere is gedeserteerd en de verwekker verschijnt voor de raad. Hier is geen sprake van blijvende liefde. Als Harm Marinus, 25 jaar, wordt ondervraagd over zijn omgang met de 23-jarige Hendrica van der Walle, heeft hij ‘ niet ontkend met haar wel te doen te hebben gehad’. Maar hij voegt eraan toe ‘dat zij zich niet alleen met hem maar met verscheidene andere personen heeft afgegeven’. Hij biedt zelfs aan van dat laatste ‘getuigen te kunnen brengen’. Dat Hendrica zich ‘ook met nog meer andere personen heeft opgehouden’, is voor hem de reden ‘dat hij geheel van haar afziet’. Maar zijn bekentenis met haar ‘te doen te hebben gehad’ is voldoende voor een paar jaar opsluiting.

In hun latere leven zullen Harm en Hendrica elkaar nog tegenkomen. Op de kolonie. Hendrica keert terug, mét kind, trouwt een weduwnaar en wordt kolonistenvrouw en Harm Marinus is tegen die tijd ook getrouwd en als kolonist geplaatst, dus ze kunnen elkaar niet misgelopen zijn.

Wil Schackmann

Wil Schackmann is schrijver van het boek De proefkolonie, vlijt, vaderlijke tucht en het weldadig karakter onzer natie (uitgeverij Mouria, 2006) over de begindagen van de Maatschappij van Weldadigheid. Net als het boek is ook dit artikel voornamelijk gebasseerd op het archief van de Maatschappij van Weldadigheid bij het Drents Archief, toegang 0186. Hiervoor is gebruik gemaakt van de ‘Notulen van vergaderingen van de Raad van Policie en Tucht 1838-1849’, invnr 1616.  Informatie over het latere leven van het echtpaar Isaac Beun en Catharina Puper is gevonden op http://genealogie.beun.net.

© 2008 Wil Schackmann